COLUMN – We hebben een vriendin die zichzelf na haar scheiding seksueel behoorlijk ontwikkeld heeft. Als ik met haar op zaterdag over de Wageningse markt loop, en we zien stadsgenoten die ze kent van feestjes en verhalen, dan wijst ze soms een stel aan en zegt ze bewonderend: ‘… dat zijn óók een stel viespeuken’ – alsof er een soort viespeukenclub is waar je bijhoort. Zij ook. Ik kende het woord viespeuk voorheen alleen in negatieve context, meestal minachtend. Tot recent dus. Vorige week was ik jarig – ik werd nog net geen 50, maar de grappen over ouder worden dienden zich al aan. Van een gewaardeerde collega kreeg ik Max Magazine. Op het omslag prijkt presentator Jan de Hoop, die werd geïnterviewd over zijn hartaanval: “Niks dood. Ik leef nog.”
Gelukkig zien mensen die me beter kennen mijn levenskracht. Zo kreeg ik van mijn vriendin een editie van Playboy. ‘Zo,’ zei ze. ‘Nu mag je ongegeneerd genieten van vrouwelijk schoon.’ Ik durf hem desondanks niet in de woonkamer te lezen. Ik ben geen oude viespeuk..
Het weekeinde daarna nam ze me mee voor een verrassing. Eerst met de bus en de trein, uit eten in Utrecht, daarna samen naar het Beatrix Theater. Ze had stoelen geboekt: rij 4 bij de burleske musical Moulin Rouge. Ik keek mijn ogen uit, het decor was zo mooi, de dansers zo knap – het was alsof we in het Playboy-magazine waren gekropen. We konden de cast bijna ruiken. In de openingsact komen 35 prachtige spelers samen op, in een extravagant spektakel. Harold Zidler is de flamboyante, charismatische ceremoniemeester van de Moulin Rouge. En je gelooft het nooit: tussen halfnaakte dansers liep hij theatraal naar voren, naar de rand van het podium – hij wees naar rij 4, waar ik naast mijn jongere vriendin zit, kijkt me aan en zegt: ‘zó, daar ben je dan, oude viespeuk.’
(Gepubliceerd in de Gelderlander, 31-01-2026)
Meer over relaties: